Werkplaats Ouderenzorg Zuid-Holland Noord

Werkplaats Ouderenzorg Zuid-Holland Noord

 
U bent hier: HOME » Projecten » ISCOPE » Meedenken met... Kleinere lettergrootteStandaard lettergrootteGrotere lettergrootte   Print deze pagina uit

HOME

AWO-NZH

Samenwerking

Projecten

Nieuws

AGENDA

Algemeen

THEMA: Van reactieve naar pro-actieve zorg

Van ‘meedenken met’ naar ‘beslissen voor’. Morele problemen bij zorgbeslissingen van familieleden en mantelzorgers voor verminderd beslissingsvaardige ouderen in de thuissituatie.

Onderzoeksproject Nationaal Programma Ouderenzorg
(Status: gehonoreerd door ZonMw dd. 1 april 2009.)

PROBLEEMSTELLING
De rol van familieleden en naasten in de zorg voor ouder wordende ouderen verandert bij verminderende beslissingsvaardigheid van naaste tot mantelzorger (zie ook de Wmo) en uiteindelijk zelfs vertegenwoordiger (WGBO). Hierbij schuiven de zorgverantwoordelijkheden en die verschuiving heeft gevolgen voor de normen en waarden die men gewend was te hanteren binnen de onderlinge relatie. Naasten worstelen met de vraag hoe goede zorg te leveren aan de zorgbehoevende oudere en daarbij recht te blijven doen aan de autonomie en eigenheid van de oudere zelf. Professionele zorgverleners zien zich geplaatst voor de vraag naar hun verantwoordelijkheid in verhouding met de wensen van de oudere en de ideeën van de naaste, en vragen zich af welke ruimte zij hebben om zich met de thuissituatie te bemoeien of in te grijpen. Dit onderzoek is gericht op het verhelderen van die verschuivende zorgverantwoordelijkheden en de morele problemen die daarmee samenhangen.

DOELSTELLING
Inzet van dit onderzoek is het bieden van hulp en helderheid bij de dagelijkse problemen van morele aard rond de overname van de zorg, waarmee naasten en professionele zorgverleners zich geconfronteerd zien in de zorg voor verminderend beslissingsvaardige ouderen. De verschuivende rollen van de naasten hebben invloed op hun afweging ten aanzien van relevante waarden. Hoe kunnen naasten binnen deze verschuivingen het beste recht blijven doen aan de eigenheid en de autonomie van de oudere? En wat is de verantwoordelijkheid van de professionele zorgverleners hierbij? Dit onderzoek zal duidelijkheid opleveren over de meespelende belangen en invloeden en zal aan de oudere, zijn naasten en aan betrokken zorgverleners een handreiking bieden om aan de complexiteit en vervlochtenheid van de spelende belangen te voldoen.

DOELGROEP
Het onderzoek is primair gericht op thuiswonende ouderen en hun mantelzorgers. Daarnaast zullen de onderzoeksresultaten informatie opleveren voor alle partijen die betrokken zijn bij de zorg voor thuiswonende ouderen.

METHODE
Voor het beantwoorden van de onderzoeksvragen maken we in dit onderzoek (doorlooptijd 33 maanden) gebruik van zowel kwalitatieve als kwantitatieve onderzoeksmethoden, in combinatie met literatuuronderzoek. Het onderzoek richt zich op meerdere partijen:

  1. de naasten van verminderend beslissingsvaardige thuiswonende ouderen en in dat kader ook de ouderen zelf;
  2. thuiszorgmedewerkers;
  3. artsen betrokken bij de zorg voor ouderen.


Kwalitatief onderzoek
Dit deel van het onderzoek bestaat uit interviews met ouderen en hun naasten (los van elkaar). Ten einde een duidelijk beeld te krijgen van de veranderingen bij de voortschrijdende vermindering in beslissingsvaardigheid worden groepen thuiswonende ouderen met een verschillende mate van ernst van de verminderde beslissingsvaardigheid onderzocht. Er zullen drie verschillende groepen worden samengesteld van telkens omstreeks 20 ouderen en 20 naasten. Uit de groep ondervraagde ouderen wordt een nadere groep van 10 – 15 mensen geselecteerd die nog een tweetal keren bezocht zullen worden tijdens de looptijd van het onderzoek, ten einde goed zicht te krijgen op de diverse rollen van de betrokken naasten en zorgprofessionals, en op de met de besluitvorming samenhangende morele problemen. Naast gesprekken met ouderen en hun naasten, zullen interviews gehouden worden met 10 artsen betrokken bij de zorg voor ouderen en 20 thuiszorgmedewerkers en welzijnswerkers. Doel is om te onderzoeken wat hun ervaring is met en hun visie is op de rol van naasten in de zorg voor ouderen met verminderde beslissingsvaardigheid en de problemen die de naasten en zijzelf ervaren.

Focusgroep I
Uit het kwalitatief onderzoek komen bevindingen voort die verwerkt worden tot vragenlijsten. Voordat deze vragenlijsten verzonden worden zullen ze voorgelegd worden aan een heterogeen samengestelde focusgroep (vertegenwoordigers van ouderen, naasten, thuiszorgmedewerkers, welzijnswerkers, artsen), met het doel om na te gaan of de bevindingen aansluiten bij de werkelijkheid van hun zorgpraktijk.

Kwantitatief onderzoek
Doel van de vragenlijsten is het onderzoeken van de diversiteit, reikwijdte en ernst van de morele problemen in de verhoudingen tussen ouderen met een verminderde beslissingsvaardigheid, naasten en professionele zorgverleners, en de houding die zij aannemen t.o.v. de verandering in verhoudingen. De schriftelijke vragenlijsten zullen worden verspreid onder ouderen en hun naasten, onder thuiszorgmedewerkers en onder artsen betrokken bij de zorg voor ouderen.

Focusgroep II
Op basis van de analyse van zowel de kwalitatieve als de kwantitatieve gegevens worden conceptadviezen geformuleerd. Deze conceptadviezen worden voorgelegd aan focusgroepen (zowel homogeen als heterogeen samengesteld). Doel van deze bijeenkomsten is om de theoretische bevindingen te bewerken tot praktische handreikingen die daadwerkelijk bruikbaar zijn in de praktijk.

TIJDSPLANNING
Het onderzoek heeft een looptijd van 33 maanden. Geplande startdatum is 1 september 2009. De verschillende fasen van het onderzoek lopen qua tijdsplanning voor een deel in elkaar over. Zo verwachten we in maanden 1-30 de kwalitatieve fase te doen: interviews; literatuuronderzoek; voorlopige analyse. Vanaf maand 18 zullen we verder gaan met deze analyse en vragenlijsten ontwikkelen. Daarvoor zullen ook focusgroepen bijeen geroepen worden. In maanden 24-30 worden de vragenlijsten verstuurd en de respons geanalyseerd. Op basis daarvan zullen concept-adviezen ontwikkeld worden. Deze zullen in maanden 30-33 getoetst worden op praktische bruikbaarheid met behulp van focusgroepen. Daarna vindt de eindrapportage plaats en zal over het onderzoek een aantal publicaties voorbereid worden.

Contact:
Voor informatie kunt u terecht bij dr. Dorothea Touwen, docent en onderzoeker medische ethiek, sectie Ethiek en recht van de gezondheidszorg, Leids Universitair Medisch Centrum.
Telefoon: 071-526 3235
E-mail: d.p.touwen @ lumc.nl